Je speech, met de tijd erbij

Stap 1 van 4

Stap 1: Het haakje

Het haakje: wie ben jij en waarom (Ethos)

Val met de deur in huis. Geen 'Hallo, ik ben X van bedrijf Y', maar meteen het moment, het beeld of de blunder die laat zien waarom jij dit doet. Een verhaal blijft 22 keer beter hangen dan een feit.

  • Show, don't tell: zeg niet 'ik ben volhardend', maar vertel de situatie waarin dat bleek.
  • Klein is goed: een keukentafel, een appje, een zondagavond. Hoe concreter het beeld, hoe beter het blijft hangen.
Voorbeeld ('Operatie Hamster'): 'Toen ik 9 was, mocht ik geen huisdieren. Dus startte ik Operatie Hamster en verstopte ze in mijn kledingkast. Het leerde me al jong hoe inventief en volhardend ik ben als ik ergens in geloof...'

Stap 2: Het probleem

Het probleem en jouw oplossing (Pathos en Logos)

Benoem wat knelt in de woorden van je publiek, niet in die van je marketingafdeling. Laat ze knikken. Pas dan wat jij doet, en wat dat concreet oplevert.

  • Eerst de pijn, dan de oplossing. Wie te vroeg met de oplossing komt, verkoopt een antwoord op een vraag die nog niemand heeft.
  • Eén cijfer dat iemand kan navertellen is meer waard dan tien voordelen.
Voorbeeld: 'Salesmanagers hebben geen gebrek aan productkennis. Ze hebben teams die 40 slides afdraaien terwijl de klant na 2 minuten op zijn telefoon kijkt. Wij halen de slides weg en zetten het verhaal ervoor in de plaats: na één training zat de klant weer rechtop.'

Stap 3: Je vraag

Je aanbod of vraag (Peroratio)

Sluit af met één aanbod of één vraag waar ja of nee op past. Geen drie opties, geen 'laat maar weten', geen samenvatting van wat je net hebt gezegd.

  • Niet 'dank voor je tijd', maar 'wanneer plannen we het vervolg?'
  • Bookending: stel in je eerste zin een vraag of zet een beeld neer, en beantwoord die precies in je laatste zin.
Voorbeeld: 'Geef me één team en één maand. Als jullie teamleider daarna zijn zondagavond terug heeft, praten we verder met de bestuurder. Deal?'

Stap 4: Je publiek

Voor welke doelgroep is deze versie? Kies één, hooguit twee. Geen keuze geeft een neutrale toon.

Je publiek: de vijf modi uit de training

Dezelfde pitch landt anders bij een leeuw dan bij een uil. Kies de modus die bij je publiek past en het script krijgt de toon, de voorbeelden en het aanbod die daarbij horen.

  • Machtig (leeuw): regie, daadkracht, belangen bij elkaar brengen, resultaat.
  • Sociaal (schaap): verbinding, gedeelde visie, vertrouwen.
  • Nieuwsgierig (aap): ontdekken, experimenteren, vernieuwing.
  • Rationeel (uil): structuur, logica, feiten, controle.
  • Organisch (panda): rust, evenwicht, natuurlijke groei.
Voorbeeld: Voor een uil: 'Bij het eerste team kostte het rooster twee uur per week. Nu vijf minuten.' Voor een schaap: 'Mijn moeder heeft haar zondagavond terug. Dat gun ik elke teamleider.'