Wat er in je lijf gebeurt
Je staat op, en je lijf denkt dat het gevaar is. Dat is geen zwakte, dat is biologie. Een zaal die naar je kijkt, voelt voor een lichaam hetzelfde als een roedel die naar je kijkt. Dus het doet wat het al duizenden jaren doet: hartslag omhoog, adem omhoog, bloed naar de grote spieren, weg uit je handen en je stem.
Vandaar de trillende handen, de dunne stem, het gevoel dat je hoofd leeg is. Het is allemaal één ding: je lijf maakt zich klaar om te rennen, en jij moet blijven staan.
Het heeft een naam, glossofobie, en driekwart van de mensen heeft het. In elke zaal waar je voor staat, zit dus een meerderheid die precies weet hoe het voelt. Dat helpt niet op het moment zelf. Het helpt wel om te weten dat je er niet raar mee bent.
Jerry Seinfeld maakte er ooit een grap over die in elke training terugkomt. Volgens de meeste onderzoeken is spreken in het openbaar onze grootste angst. De dood staat pas op twee. Dus wie naar een begrafenis gaat, ligt volgens Seinfeld liever in de kist dan dat hij de toespraak moet houden. Overdreven, natuurlijk. Maar iedereen die weleens op moest staan, lacht een beetje te hard.
Wat helpt vooraf
Ken je eerste drie zinnen uit je hoofd. Niet de hele tekst, alleen het begin. Je lijf schrikt in de eerste tien seconden, en als je dan al praat, gaat de rest vanzelf. Wie zijn opening moet bedenken terwijl zijn lijf alarm slaat, verliest.
Ken de rest in drie delen. Waarom jij dit vertelt, waar je publiek mee zit, wat je ze meegeeft. Niet de zinnen, de lijn. Een tekst die je helemaal uit je hoofd leert, raak je kwijt bij de eerste onderbreking, en dan is er niets meer. Een lijn die je kent, pak je altijd weer op.
Schrijf hem uit. Alles wat je tijdens je presentatie nog moet bedenken, kost aandacht die je niet hebt. Zet de tekst op papier, weet waar je obstakels zitten, en bedenk vooraf wat je doet als je de draad kwijtraakt. Hoofdruimte maken, noemen we dat. Hoe minder je ter plekke moet verzinnen, hoe meer er overblijft om te staan.
Kom vroeg. Sta een keer op de plek waar je straks staat. Kijk de zaal in terwijl hij leeg is. Loop naar de achterste rij en kijk terug. Een ruimte die je kent, is half zo eng, en een presentatie begint op het moment dat je binnenkomt, niet op het moment dat je begint te praten.
Wat helpt tijdens
Adem naar je buik. Stress duwt je adem omhoog, naar je borst, en daar wordt hij kort en hoog. Voor je eerste zin: drie keer rustig naar je buik ademen, en langer uit dan in. Het zet je adem terug naar beneden en je stem erachteraan. Het is het enige trucje dat altijd werkt, en het is onzichtbaar.
Grond jezelf. Voeten stevig op de grond, niet wiebelen, niet heen en weer lopen. Een lijf dat stevig staat, kalmeert sneller dan een lijf dat zoekt waar het heen moet.
Neem een stilte. Voordat je begint, drie seconden niets. Voor jou voelt dat als een minuut. Voor de zaal ziet het eruit als iemand die rustig is en weet wat hij gaat zeggen.
Zoek twee of drie veilige gezichten. Kijk niet paniekerig de zaal rond. Zoek de mensen die vriendelijk knikken, die zijn er altijd. Praat de eerste zinnen tegen hen, en breid daarna uit. Een zaal is te groot om tegen te praten. Een paar mensen niet.
Geef je handen rust. Op navelhoogte, of laat ze je woorden ondersteunen met rustige gebaren. Op je rug of over elkaar leest als gesloten en maakt je adem korter. Een pen of een presenter in je hand geeft je houding vanzelf.
Zeg niet dat je zenuwachtig bent. De zaal ziet het meestal niet. Zodra je het zegt, gaan ze erop letten, en dan zie jij ze letten.
Wat helpt daarna
Vraag één collega wat er bleef hangen. Niet of het goed was, dat zeggen ze toch. Wat er bleef hangen. Als dat je ene zin is, was het goed, hoe je je ook voelde.
Bill Burr, een van de bekendste comedians van Amerika, was als kind naar eigen zeggen verlegen en teruggetrokken. Zijn eerste keer op een open podium voelde als buiten zijn lichaam treden. Kort daarna ging hij zo hard onderuit dat hij halverwege zijn tijd stopte. Zijn conclusie, in gesprek met Tim Ferriss: "You have to get good at bombing." Wie vaak genoeg is gezakt, merkt dat het op een dag geen pijn meer doet.
En doe het nog een keer, snel. Je leert dit niet uit een boekje, en ook niet uit een artikel. Spreekangst wordt niet kleiner van nadenken. Hij wordt kleiner van staan, en merken dat het ging. Elke keer een beetje. Marcel staat al zijn hele leven op een podium en heeft nog steeds spanning voor hij opgaat. Het verschil met vroeger is dat hij weet wat het is, en dat hij het heeft leren gebruiken.
Waarom het samen beter gaat
Alleen oefenen voor de spiegel helpt een beetje. Een keer staan op een plek waar het mag misgaan, helpt meer. Voor collega's die aan jouw kant staan, met iemand ernaast die ziet wat je adem doet en het je zegt.
Dat is wat we doen met starters en nieuwe collega's. Bijna iedereen staat aan het begin van zo'n dag liever niet. Aan het eind heeft iedereen gestaan, en de meesten willen nog een keer. De zenuwen zijn er dan nog. Ze zijn alleen kleiner, en van jou.



