Waarom slides je presentatie slopen
Een slide met tekst is een tweede spreker in de zaal, en hij praat harder dan jij. Je publiek leest sneller dan jij spreekt, dus ze zijn klaar met de slide voordat jij bij de tweede bullet bent. Daarna wachten ze. Op de volgende slide, niet op jou.
Het tweede probleem is subtieler. Een deck is een spiekbriefje. Zolang het er is, hoef je je verhaal niet te kennen. En dat hoort je publiek. Iemand die zijn verhaal kent, kijkt de zaal in. Iemand die het van het scherm leest, kijkt naar het scherm.
Een van onze eigen slides, uit de training, zegt het zo: het gaat niet om de content, maar om het contact. Dat is de hele reden om het scherm uit te zetten.
Wat je in plaats van slides nodig hebt
Drie dingen. Niet meer.
Een kernboodschap van één zin. Wat moet je publiek onthouden als ze de zaal uitlopen? Eén zin. Als je er twee nodig hebt, heb je hem nog niet. Schrijf hem op, zeg hem aan het begin, en zeg hem aan het eind. Mensen onthouden droevig weinig, en erger nog, vaak precies wat jij niet wilde. Herhaling van die ene zin is het enige wat daartegen helpt. Zorg dat hij past bij het verhaal waarmee je begint, dan onthouden ze ze samen.
Een verhaal. Een situatie, iets wat er misging of veranderde, en wat je daarvan hebt geleerd. Geen opsomming. Een opsomming heeft een slide nodig; een verhaal onthoudt je publiek zelf. Het hoeft geen groot verhaal te zijn. "Vorige maand belde een klant op vrijdagmiddag" is al genoeg om een zaal te laten luisteren.
Een opbouw die je kent. Drie delen. Waarom jij dit vertelt. Waar je publiek mee zit. Wat je ze meegeeft en wat je van ze vraagt. Als je die drie kent, hoef je geen enkele zin uit je hoofd te leren. Je weet waar je bent, en waar je heen gaat.
De opbouw, kort
Begin bij jezelf. Een zin, een ervaring, de reden dat je hier staat. Maak het informeel: iets uit je leven, een detail dat niemand van een manager verwacht. Dat is het moment waarop de zaal besluit of ze je vertrouwen.
Dan je publiek. Benoem waar zij mee zitten, in hun woorden. Een MT hoort een ander probleem dan een afdeling, en een klant weer een ander. Als je de zaal laat knikken, mag je verder.
Dan je punt. Eén inzicht, één beeld dat erbij hoort, en het tegenargument dat ze toch al dachten. En aan het eind één ding dat je van ze vraagt.
Wie dit uitgebreider wil: de opbouw van een pitch in drie stappen staat apart beschreven, met voorbeelden per stap.
Waar je handen blijven
Dit is de vraag die iedereen stelt zodra het scherm uitgaat. Zonder clicker en zonder slide om naar te wijzen, voelen handen opeens als een probleem.
Vier dingen uit de training, en ze beginnen onderaan. Gronden: voeten stevig op de grond, niet wiebelen en niet ijsberen. Dat geldt dubbel voor wie veel energie heeft. Adem: naar je buik, vóórdat je je eerste zin zegt. Handen: in rust op navelhoogte, of laat ze je woorden ondersteunen met gewone, rustige gebaren. Iets is groot, iets is klein, dit staat hier en dat daar. Dat deed je slide ook, alleen kijkt iedereen nu naar jou. Niet op je rug en niet over elkaar, dat leest als gesloten. Oogcontact: doseer het. Kijk niet paniekerig rond, zoek twee of drie vriendelijke gezichten die knikken en praat tegen hen.
En als je echt niet weet waar je handen moeten: een pen of een presenter in je hand geeft je houding vanzelf.
Beweeg als je iets nieuws begint. Een stap naar voren bij je kernboodschap. Een stap opzij bij het tegenargument. Niet ijsberen, wel bewegen. Een spreker die vastgeroest staat, klinkt ook zo.
Als je toch één slide wilt
Mag. Voor het schema dat je niet kunt zeggen, de grafiek met de trend, de foto van de situatie bij de klant. Eén, en hij komt pas als je hem nodig hebt. Tot die tijd staat het scherm op zwart.
De test is simpel. Kun je de slide hardop voorlezen? Dan hoort hij in je mond, niet op het scherm.
Het is drie minuten eng
De eerste keer dat je het scherm uitzet, voelt het als zwemmen zonder bandjes. Dat duurt ongeveer drie minuten. Dan merk je dat de zaal naar je kijkt in plaats van langs je heen, dat je zelf ziet wanneer iemand afhaakt, en dat je daar iets aan kunt doen. Daarna wil bijna niemand het scherm terug.
Dat is de eerste oefening in elke training die we geven. Het scherm uit, een echt podium, en collega's die eerlijk terugzeggen wat er bleef hangen. Live, persoonlijk en zonder slides.


